Sitemap
 
Inloggen
 
Laatste update:
04-09-2017 20:06:49
 

Kraken Kan!

Genezen door te ‘kraken’

Chiropractors worden gemeenzaam wel eens ‘krakers’ genoemd. Is daar iets van aan? Het zal wellicht duidelijker worden als we nagaan wat er allemaal mis kan gaan met ons zenuwstelsel, en hoe een chiropractor door genezende manipulaties daar iets kan aan doen.

Het menselijk zenuwstelsel bevat naar schatting zo’n 100 miljard zenuwcellen, waarvan de meeste zich in het centraal zenuwstelsel bevinden, nl. de hersenen en het  ruggenmerg. Vanuit elke zenuwcel vertrekken ‘draadjes’: sommige daarvan vangen boodschappen op en andere sturen ze – na verwerking – verder door. 

Een (zenuw)cel bevat een nucleus of celkern, een ingewikkeld mechanisme om te overleven en  om boodschappen te bewerken. Die bewerkte signalen worden als een soort elektrische golf verder verstuurd via de uittredende ‘draadjes’, zeg maar de zenuwvezels. Deze zenuwtjes (de elektrische draadjes) zijn omringd door een vetachtige laag, de myeline, die gevoelig is voor druk. Op het einde van zo’n uittredende zenuw – die wel één meter lang kan zijn – wordt er een soort soep van mineralen (neurotransmitter: zout, hormonen en noem maar op) uitgestort. Die komt in contact met een volgende zenuwcel en veroorzaakt daar een verdere ontlading. Een zenuwuiteinde komt ook in contact met spiertjes: die bevinden zich bijvoorbeeld in de wanden van de bloedvaten, het hart, in de duim of de kuit, enz.

De eerste cellen liggen op de zijkant van de voorste hersenen (voorhoofd). Als we bijvoorbeeld beslissen een hand te bewegen, sturen wij een elektrische boodschap naar een volgende cel in de halsstreek, maar wel aan de andere kant. Die stuurt op haar beurt de boodschap door naar de spier van de vinger.


Talrijke zenuwen, bv. In de halsstreek, vormen het ruggenmerg. Je mag dit niet verwarren met het beenmerg: dit houdt zich bezig met het ontwikkelen van bloedlichaampjes. Nu is er in de wervels een kanaal van ca. 15 mm breed waar het ruggenmerg doorloopt. U kunt het zich zo voorstellen dat zich in dat kanaal een soort handschoen (hard vel) bevindt, met daarin een vloeistof. In dit zeewaterachtige vocht hangt het ruggenmerg aan fijne draadjes. Tussen alle ( ieder paar) wervellichamen bevindt zich een discus (een soort kussentje dat lijkt op nat zand, met een omhulsel), ook tussen de wervels bevinden zich kleine openingen aan beide kanten naast de gewrichtjes. Door die openingen komen de zenuwen naar buiten en die gaan bv. via de hals naar de schouderspieren, de vingers of richting voorhoofd. 

Er zijn ook zenuwen die, door diezelfde openingen, in omgekeerde richting signalen doorgeven met gevoelsinformatie. Als we een vinger strelen, nijpen in hand of huid, de pols plooien, de duimmuis diep indrukken, een warm of koud gevoel in de handpalm hebben, worden die gewaarwordingen, lichamelijke sensaties door verschillende zenuwdraadjes (van verschillende diktes en dus ook verschillende snelheden) terug langs het ruggenmerg naar de hersenen in de laterale zijkanten van de hersenen gebracht. Daar voelen wij (worden wij bewust van) warmte, pijn, een streling, spanning, en zo meer.

Wanneer deze ‘uittredende’ of ‘terugkerende’ zenuwen worden bedrukt of geïrriteerd, krijgen we zinderingen, tintelingen of paresthesieën (een gevoel van jeuk of kriebelen zonder uitwendige oorzaak) of gevoelloosheid in handen of voeten. Die druk kan ook afkomstig zijn van artrose (slijtage van een gewricht) of een uitpuilende hernia. Het bekende ‘carpaal-tunnel syndroom’, waarbij een polszenuw bedrukt wordt, geeft zinderingen in de middelste vingers. Deze druk kan zowel ontstaan aan de pols als thv de halswervels, ter hoogte van de uittredende zenuwen.

Naargelang het traject van de zenuw, en de plaats van irritatie of bedrukking, kan dit leiden tot hoofdpijn, lumbale pijn (‘verschot’… niet te verwarren met nierkolieken door niersteentjes) of ischias met uitstralende pijn in het been (beenneuralgie) of spieratrofie en spierverzwakking.


Erger dan met simpele zenuwirritaties is het gesteld met de “ WHIPLASH ” bij een auto-ongeluk. Daarbij worden én de gewrichtjes én de gewrichtskapsels van de halswervels én de zenuwen én het ruggenmerg getroffen (bloedingen en/of oedeem, een zwelling door ophoping vocht). Een zenuwirritatie is niet altijd simpel en kan leiden tot zeer pijnlijke uitstralingen in schouderblad en arm en soms zelfs tot verlammingsverschijnselen. Een whiplash is een posttraumatisch syndroom gekarakteriseerd door voornamelijk persisterende nek –en hoofdpijn, duizeligheid en veel andere klachten, echter zonder systematische implicatie van neurogene structuren. 

Bij een whiplash, tonen de bijkomende onderzoeken van het ruggenmerg of de zenuwen, met een Mri meestal geen afwijkingen.

Bij een “ CVA ” ( door bloeding of door een trombose te wijten aan een bloedvatverstopping) in de hersenen werken bepaalde hersencellen niet meer, maar op een lager niveau in het ruggenmerg zijn de cellen wel nog ongeremd actief.
Maar om het overzicht te bewaren houden we het hierbij voor wat het hersengedeelte betreft.

In de kinderjaren kan het gebeuren dat we, door een val uit een schommel of een auto-ongeluk of gewoon door een slechte houding aan het bureau, de kleine gewrichtjes van de wervels lang schuin houden en zo de wervels overbelasten en schenden. In zo’n geval ontstaan er ontstekingen (toevoer van te veel bloed) die op lange termijn wel weer uitdoven ( krimpen of plakken door bindweefsel), maar uiteindelijk toch vervormingen van de gewrichtsvlakjes veroorzaken. Meestal – en zeker in de kinderjaren – passen we ons aan en voelen amper iets. Maar later kan het weer misgaan. Bij een abnormale beweging, grote spanning of inspanning, vermoeidheid enz. kunnen de gewrichtjes opnieuw gaan ontsteken, gaan zwellen… en zodoende druk beginnen uitoefenen op de uittredende zenuwen, of spanningen veroorzaken in de gewrichtskapsels. Op zijn beurt veroorzaakt dit weer een zwelling van de structuren en geeft storingen in de geleiding van de zenuwen. Naargelang van de (dikte) soort zenuw die bedrukt wordt en waarheen die leidt of vanwaar die komt, kan dat tot diverse klachten aanleiding geven: ischias, torticollis (stijve nek), slapende handen of voeten, hoofdpijn, buikpijn, schouderpijn enz. (pijn en/of gevoelsverlies en/of functieverlies)

De vraag is: wat kan de chiropractor doen?

Na een algemeen klinisch onderzoek volgt het onderzoek van de rug. Per twee wervels schat de chiropractor met zijn vingers de beweeglijkheid van die wervels ten opzichte van elkaar, en dat in alle richtingen: voor- en achterwaarts, zijdelings buigend en draaiend (met torsie). Indien hij een remming gewaarwordt, wijst dat meestal op een storing of fixatie (subluxatie). Een spiertje verkrampt (denk aan wat er gebeurt als men zich snel terugtrekt bij verbranding) om de zenuw te beschermen tegen verdere irritatie. Een langdurig verkeerde houding kan ook een zenuw storen in zijn geleiding, doordat de gewrichtskapsels gefibroseerd worden (hard worden) met bindweefsel plakken. Een aangetast omhulsel van de discus kan dan weer de beweging remmen en irritatie of druk uitoefenen op een zenuw.

Alleen met getrainde vingers kunnen deze storingen worden ontdekt. Zelfs de meest gevorderde radiologische cat-scan, MRI enz. geven, naast weliswaar algemene informatie, (nog) niet de exacte en echte locatie van een storing weer.

De chiropractor, die uiteraard rekening houdt met alle factoren van zijn algemeen klinisch onderzoek, maakt deze remmingen los. Dat doet hij door het geven van een zachte korte druk, tegen de remming aan. Men spreekt hier ook wel over de HIVETO LAF: high velocity high torsion, low amplitude low force beweging. Herhaling van deze behandeling is nu en dan nodig omdat de gewrichtjes eventueel al lang vervormd waren of aan elkaar gingen plakken. Het motto “Find it, fix it and leave it alone” is nog altijd geldig en pleit voor een korte reeks behandelingen. Wel een jaarlijks nazicht om preventief de oorzakelijke “primary” fixaties na te zien is nuttig en efficiënt.

Dit hiernaast is noch een subluxatie, noch voor de chiropractor, noch voor de chirurg.


Twee niet gesplitste thoracale (dorsale) wervels.

Het gewrichtvlakje voor de rechtse rib is wel gedeeltelijk gesplitst. Dit is congenitaal en meestal probleemloos.

Na al die jaren heb ik ervaren dat de rug zich mechanisch vaak gedraagt als een ketting van een reeks ringen. Wanneer je op een bepaalde plaats of segment de blokkade ( primaire ,oorzakelijke fixatie) van een paar wervels vrijmaakt, kan het gebeuren dat andere blokkades in de rug of de hals spontaan mee loskomen.

Bij het vrijmaken van zo’n blokkade (met de zenuwen erbij die gestoord zijn) spreken we van het opheffen van een subluxatie. Een term die al te vinden is in teksten  over chiropraxie uit 1900.

Bij het ‘vrijmaken’ kunnen zich verschillende fenomenen voordoen:

• Door de snelle beweging en het uitrekken van een plaatselijk spiertje, ontspant zich dit.

• Of er is een gevoel van loskomen zoals bij een velcro-sluiting.

• Ten slotte is er de bekende ‘krak’, een gevolg van de onderdruk die ontstaat door het uiteen spreiden van de gewrichten: door het vacuüm vormt zich een stikstofblaasje dat het geluid voortbrengt. Dit blaasje resorbeert trouwens na enkele minuten.

Het resultaat is dat de zenuwstoring wordt opgeheven. De subluxatie is opgeheven en alles functioneert weer normaal.

Dit is allemaal ingewikkeld, en fondsen voor onderzoek in deze richting zijn schaars. Daarom wil ik hier graag ter illustratie een ‘case’ beschrijven.

Het gaat om een pijnlijke tenniselleboog, waarbij humerus (bovenarmbeen) en radius (onderam) plaatselijk tegen elkaar plakten en zodoende asymmetrische bewegingen en pijn veroorzaakten. Door de HIVETO LAF techniek (zie boven) kon ik het gewricht met een snelle tractie vrij krijgen. Tot mijn verbazing begon de arm traagjes te ontzwellen. Dit heb ik ook op andere gewrichten mogen ervaren, maar weliswaar niet elke keer, wat een breed onderzoek op ‘tennisellebogen’ (oedeem) moeilijk maakt.

Wat kan er precies gebeurd zijn? Mijn uitleg: de prikkel voortgebracht door de fixatie (voor de behandeling dus) stuurde een gevoelsimpuls naar het ruggenmerg. Die maakte daardoor connectie met een zenuw die de spieren in de bloedvatwand beheert. Vervolgens stoorde de terug uittredende impuls plaatselijk de bloedvaten rond de elleboog, zodat er oedeem ontstond (deze zwelling die men bv. ook bij een enkelverstuiking kan zien, dient zoals een gips om het gewricht te beschermen).

Deze uitleg is en klinkt misschien simplistisch, maar tot anders bewezen is, moeten we het ermee doen.

Ook psychologische factoren kunnen een rol spelen als oorzaak. Een voorbeeld.

Bij een vrouw van iets voorbij de 50 had ik drie of vier subluxaties in de lendenstreek en de middenrug vrijgemaakt. Toch noteerde ik nog een blijvende algemeen oppervlakkige spanning van de monnikskapspieren. Voor ik iets kon zeggen, vroeg de vrouw bedeesd: “ ’t Is van de stress zeker?”. Ik wachtte op verdere uitleg, maar er kwam geen woord meer. “Ja mevrouw? Hoe… wat?”.

Er kwam geen antwoord, maar ze gaf wel met het hoofd een teken naar de wachtzaal… waar haar man zat te wachten. De spanning ter hoogte van de monnikskapspier trok weg, net zoals de vermoeidheid die bij haar te merken was. Een biecht en opluchting, zonder een woord te hebben gezegd.

Dit alles toont aan dat, ondanks de grote kennisopbouw in de neurologie - zeker sinds de jaren ’60 -  er toch nog enorme gaten in die kennis zitten. Nederigheid is geboden. Luisteren naar het verhaal van een patiënt en tussen de regels door onderkennen wat ze bedoelen, is geen overdreven luxe. Ook niet in deze hectische maatschappij.

 Wat doen we met de schrik van patiënten voor ‘kromme ruggen’? Of voor artrose met papegaaibekken? Voor discus-hernia’s? Laten we het uitleggen aan de hand van een kort en eenvoudig verhaaltje:

Misschien heb je een heel oude boom in je tuin, met veel knopen, een vervormde stam en kromme takken. Felle windstoten kunnen bepaalde fijnere takken tegen de ruiten doen tikken, wat ’s nachts een irriterend lawaai maakt. De klassieke oplossing: de boom vellen ? of takje per takje gaan aftasten in het duister om de lawaaimaker te vinden en die met een koordje vast te binden, zonder aan de grote takken te raken of de mooie kromme boom te snoeien. De artrose en/of discus hernia blijft onaangeraakt.

Als we dit verhaal nu toepassen op ons lichaam, kunnen we zeggen dat pijn of een storing van een zenuw heel dikwijls veroorzaakt wordt door slechts een kleine (maar pijnlijke) prikkel. Het vrijmaken of “verschuiven” van de ‘zenuwtakken’ is vaak genoeg om de oude kromme boom niet te doen sneuvelen door bv. een ingrijpende operatie.

Joggen en rugklachten, hoezo? Dansen en rugklachten, kan dat? Tennis, wilde moderne sporten, mountainbiken, skiën, aerobics, yoga enz. enz. Kunnen die problemen scheppen? Tuurlijk.

Ieder soort weefsel heeft, volgens de leeftijd, een aanpassingstijd nodig en een groei- of genezingstermijn. Iedereen weet dat dat een spierverrekking binnen de week geneest met deskundige kinesitherapeutische massage. Gebroken ribben – voor zover ze niet in het longweefsel steken – vragen zonder behandeling ongeveer zes weken. Ligamenten vragen zes maanden, zo is dat nu eenmaal. Zenuwen die ernstig bedrukt zijn geweest,  kunnen twee jaar herstel vragen. Discus-hernia’s drogen op lange termijn uit:    

A case report from LC Stavrinou: 

“Cervical disc, mimicking nerve sheath tumor, with rapid spontaneous recovery”

The mechanisms of extruded discs regression have been previously investigated.

In essence, when material from the nucleus pulposus escapes into the epidural space it quickly expands, due to the hydrophilic properties of the rich in proteoglycans nuclear material (6).In this early phase of engorgement, root and cord compression are most likely to occur,leading to the prominent symptoms in the early stages of the disease’s natural history. Coinciding epidural hemorrhage may enhance symptoms. With time, however, autolysis followed by loss of the proteoglycans’ hydrophilic capacity leads to herniated material dessication and schrinkage (6). Additionally, hemotaxis of inflammatorry cells into the epidural space results in neovascularization and phagocytosis of the herniated material (7). This inflammatory process, usually lasting from several weeks to a few months, correlates with the period of clinical improvement (4) 

“CF A case report: by L.C STAVRINOU. G.Stranjalis. N.Maratheftis. T.Bouras. D.E. Sakas.  European Spine journal 2009 Jul 18 (suppl2):       176-178. EPUB 2008 sept 10”   

Maar nu en dan kan er een noodtoestand optreden indien een zenuw of het ruggemerg te lang en te fel bedrukt wordt. Dan verschijnen spierverzwakkingen met atrofie, te veel pijn of gevoelsverlies en/of koude handen en voeten. Erger is het verlies van controle op de blaasspier. Deze laatste situatie (cauda equina syndroom) is een urgentie en behoeft een dringende operatie. Indien in de andere gevallen chiropraxie niet helpt na meestal een vijftal behandelingen is een chirurgische ingreep nodig. En dus niet omgekeerd: eerst chirurgie  en dan chiropraxie.

Dit komt niet alleen ten goede van de patiënt en zijn huisarts, maar ook financieel  ten voordele van de maatschappij in zijn geheel.

dr. Albert Koentges

Oprechte dank voor het nazicht aan:  Mr. Roger de Paepe (Journalist), Prof. Myriam Van Moffaert (Psychiater),  Dr. Ates Recai (neurochirurg),   Prof. Marc de la ruelle (Germanist),  Dr. Bernard Koentges (vasculaire chirurg).

Copyright ©  12-11-10